Een dag in… Stamnica

Isabelle Ree is afgelopen jaar naar Stamnica geweest:

Liefde op het eerste gezicht: de kleine Nikola en mijn paardenstaart. Vakkundig ontdoet hij mijn haar van elastiek en waardigheid door er zijn handen vol kwijl doorheen te trekken. Twee plakkerige klauwtjes gijzelen mijn rechterbeen en op hetzelfde moment blaas ik bellen tot mijn kaken erbij loslaten en zing ik “papegaaitje leef je nog” alsof mijn leven er vanaf hangt. In zekere zin staan echter andere levens op het spel: die van de vele kinderen in het tehuis.

Dit jaar ben ik voor de tweede keer mee geweest naar het tehuis Nikola Sumenkovic in het Servische dorpje Stamnica. De reis heeft vorig jaar veel indruk op me gemaakt en het was voor mij belangrijk om te zien hoe de kinderen zich in een jaar zouden ontwikkelen. Ook was ik benieuwd of een jaar later nog de sporen van ons bezoek te zien zouden zijn, zowel bij de kinderen als in de voorzieningen van het tehuis.

In tegenstelling tot vorig jaar, verbleven we nu in het tehuis zelf en niet in het nabij gelegen stadje Petrovac na Mlavi. Hoewel de communicatie met de verpleging heel moeizaam verliep in hun gebrekkige Engels en ons waardeloze Servisch, werden we warm onthaald. ’s Ochtends om halfnegen konden we rekenen op een uitgebreid ontbijt en om halftwee ’s middags kregen we nog eens een tafel vol Servische gastvrijheid. Tegen de avond stond een schaal met zoetigheid voor ons klaar. Het zou niet misstaan hebben als vakantieresort, tenminste, als je het niet te plaatsen nachtelijke gekrijs voor lief nam.

Terug naar de kinderen. Ze zitten met te grote groepen in ruimtes die niet voldoen aan de eisen van hun specifieke handicap. Het grootste probleem in het tehuis is het gebrek aan mankracht. Op een groep van zo’n twintig kinderen staat namelijk maar één zuster. Dat is dan ook precies waarom wij er zijn: even een stap verder zetten dan de basiszorg van voeren en billen afvegen. En, niet geheel onbelangrijk, met resultaat. Vergeleken met vorig jaar waren sommige kinderen er duidelijk beter aan toe en een enkeling hielp nu zelfs in de huishouding. De kinderen droegen betere schoenen en sommigen gaan naar het schooltje. Twee meisjes wezen ook op de foto’s van WHD van vorig jaar en daarna naar ons. Ik voelde me zo geliefd!

Aan het eind van de dag waste ik mijn haar een keer extra, gingen we zwemmen, fruit kopen in Petrovac, werd er flink bijgeslapen, dronken we pivo met de locals of plukten we vers fruit van de bomen. Boven op een berg met uitzicht op een onbetaalbare zonsondergang, besloot ik dat het blije gekir van kinderen als Nikola het allemaal waard was. Het onderkwijlen van mijn haar was het hoogtepunt van het jaar voor sommige kinderen en daardoor ook een beetje van het mijne. Toch nog dat vakantieresort gevoel.

Over ons

Stichting ‘Wij Helpen Daar’ is een door studenten opgerichte organisatie, die zich inzet voor de minderbedeelden in voormalig Joegoslavië.